Brainstormsessie

Aan een nuttige brainstormsessie en het daarmee bedenken van goede ideeën zijn een paar regels verbonden.

Spelregels:

Eén persoon leidt de brainstorm (de projectleider) en bespreekt de punten hieronder:
1. Alles kan, elk idee is goed. Hoe meer ideeën hoe beter!
2. Iedereen is gelijk, niemand is beter dan iemand anders
3. Reageer positief: geef complimenten over goede ideeën
4. Probeer verder te gaan op iemands idee
5. Niet haasten, neem tijd voor de sessie
6. Gebruik al je zintuigen
7. Geen dooddoeners zoals: “dat is al een keer gedaan”, “kost teveel”, “te moeilijk” enz.
8. Ideeën blijven binnen de groep totdat er een keuze is gemaakt
9. Vertel een mop – Komen twee techneuten op een school, zegt de één…
10. Kies een inspirerende plek – bijvoorbeeld in het bos, een oude fabriek of een leuke plek op school.

Sturende vraag
De brainstormleider begint met een sturende vraag.

Bijvoorbeeld: “Hoe kunnen we techniek integreren in onze regio zodat alle leerlingen en docenten er plezier aan beleven?”
Op deze vraag mag iedereen een nieuwe vraag bedenken.

Bijvoorbeeld: “Hoe ziet onze regio er in 2024 uit?”

Ideeën
De brainstormleider wijst één persoon aan die alle ideeën opschrijft, zodat er niets verloren gaat. Als er al ideeën zijn na de sturende vragen, dan worden deze opgeschreven. Hang brownpapers op en laat ieder op een geeltje zijn of haar idee opschrijven en plak dit op de brownpaper (evt. gerubriceerd). Om tot meer ideeën te komen, blader eens door wat magazines, maak een mindmap of schets je idee uit op een groot vel.

Wat kun je allemaal gebruiken bij een brainstorm?
• Whiteboard
• Grote vellen papier en stiften
• Magazines, inspiratieboeken, muziek of waar jij ook maar creatief van wordt.
• Mindmap met de eerste woorden die in je opkomen als je denkt aan Techniek, School en Leefomgeving.

Tijdsduur: ± 2 uur

Wat lever je op?
Een lijst met interessante ideeën, waar jullie verder mee gaan werken.